(Eet)verleidingen weerstaan door impulscontrole vergroten

Gepubliceerd op 25 september 2024 om 11:51

Ons gedrag wordt, even heel simpel gezegd, bepaald door twee mechanismes:

 

  1. Het vermijden/wegvluchten van bedreigende situaties (angst)

  2. Het op zoek gaan naar belonende situaties (genot)


Dat is een heel logisch mechanisme, want het vergroot onze kans op overleving. Het beschermt ons tegen gevaar en zorgt er bijvoorbeeld voor dat we blijven eten en voortplanten.

 

 

Dat maakt dat:

  • Iets doen wat bedreigend voelt, oncomfortabele gevoelens oproept

EN

 

  • Iets laten wat belonend is, ook oncomfortabele gevoelens oproept.

 

Evolutionair gezien is dat ontzettend goed te begrijpen. Maar in de omgeving waarin we tegenwoordig leven, not so much.

 

Bovendien kan gedrag dat op korte termijn genot oplevert, op lange termijn problemen opleveren (bijv. overeten) en kunnen situaties die bedreigend voelen, soms goed zijn om te doen (nee zeggen tegen een eetbui).

 

Voor beide situaties heb je behoorlijk wat wilskracht/impulscontrole (en moed) nodig. Ik spreek persoonlijk liever van impulscontrole, omdat wilskracht impliceert dat als je maar graag genoeg wilt, het zou moeten lukken (illusie van meritocratie). Maar zo simpel is het niet, want als dat het geval zou zijn dan zou je nu niet deze blog hoeven te lezen.

Maar hoe ontwikkel je die impulscontrole? Lieke to the rescue...

 

Impulscontrole: wat is het en hoe kun je dit ontwikkelen?

 

Laat ik beginnen met het goede nieuws: Elk mens bezit over impulscontrole (wilskracht). Het zit in onze genen en is een cruciaal onderdeel om te kunnen overleven. Jij bezit dus ook over impulscontrole! Maar het is wel een vaardigheid om deze impulscontrole goed in te kunnen zetten. En dat kun je leren.

Impulscontrole gaat over het kunnen weerstaan van impulsen, zoals de impuls om te eten of de impuls om lekker op de bank te ploffen terwijl je eigenlijk wil sporten.

Motivatie, over beter gezegd, het soort motivatie, speelt daar een grote rol in. Het kunnen opbrengen van impulscontrole begint bij willen. Daarom is het belangrijk om te ontdekken welke vorm van motivatie er aangesproken wordt. Je hebt namelijk niet voor alles wat je wilt impulscontrole nodig.

 

Als je gedreven wordt door iets wat je leuk vindt, dan heb je daar weinig impulscontrole voor nodig. Als je het daarentegen verstandig vindt om iets te veranderen (bijv. vanwege gezondheid), maar niet zo’n zin hebt om iets wel/niet te doen (bijv. sporten, minder snoepen) heb je wél impulscontrole nodig. De vorm van motivatie speelt dus een belangrijke rol (lees hier het artikel over motivatie)

 

Maar je hebt ook een bepaalde *kracht* nodig om tegen impulsen in te gaan, namelijk:

  1. Laatkracht: kracht om verleidingen te weerstaan. Bijvoorbeeld eten laten staan dat ontzettend lekker is.

  2. Doenkracht: kracht om dingen te doen die niet leuk zijn en die je wilt uitstellen of vermijden. Bijvoorbeeld sporten.

(Interessant weetje: doen- en laatkracht hebben een eigen plek in de prefrontale cortex in je hersenen)

 

Het toepassen van impulscontrole (doen- en laatkracht) is niet makkelijk, omdat je op korte termijn alleen maar ongemak ervaart. En dat is verdomd lastig. En aangezien het in onze natuur ligt op ongemak te vermijden, is het natuurlijk helemaal niet gek dat het je niet altijd evengoed lukt.

 

Jij bent gewoon mens, net zoals ieder ander mens!

 

Hiermee worstelen we allemaal. Misschien net op andere gebieden of in andere mate, maar iedereen worstelt met het toepassen van impulscontrole. Zelfcompassie is hierbij ontzettend belangrijk!

 

Doen- en Laatkracht toepassen

Goed, we hebben vastgesteld dat het lastig is. Maar hoe kun je dan gedrag veranderen? Heel ‘simpel’: Door te oefenen met het toepassen van DOEN en LAATKRACHT en de stapjes zodanig klein maken en dat je niet te ver buiten je comfortzone raakt.

 

Bij het toepassen van doen- en laatkracht, speelt jouw autonome zenuwstelsel een belangrijke rol. Het autonome zenuwstelsel – dat betrokken is bij automatische processen in het lichaam zoals ademhaling, spijsvertering en stofwisseling – bestaat uit twee delen:

 

  • Parasympatisch zenuwstelsel heeft als doel om tot *rust* te komen, zodat er ruimte ontstaat voor herstel en opbouw.

 

  • Sympathisch zenuwstelsel heeft als doel om te *activeren*, zodat je jezelf in veiligheid kan stellen bij gevaarlijke situaties.

 

Door deze bewust een van deze delen te activeren (afhankelijk van je doel) kun je makkelijker doen- of laatkracht toepassen.

 

Laatkracht activeren

Laatkracht is het vermogen hebben om verleidingen (bijv. eten) te weerstaan. Verleidingen zorgen activatie, zodat je bijvoorbeeld de energie krijgt om naar de snoepkast te wandelen. Maar als je dat eigenlijk niet wilt, is het zaak om het parasympathisch systeem te activeren. En dat kun je doen door *langer uit te ademen* dan in te ademen.

OEFENING: Een voorbeeld van LAATKRACHT om mee te oefenen is koud (af)douchen en de impuls weerstaan om onmiddellijk uit de douche te stappen. Ik daag je uit om dit een week te doen en daarbij heel bewust te letten op je UITADEMING. Ik begrijp dat dit niks met eten te maken heeft, maar het is een ‘simpele’ manier om laatkracht te trainen en te ervaren dat ook jij impulscontrole hebt. Van daaruit kun je kleine stapjes zetten naar het laten staan van eten.

 

Doenkracht activeren

Doenkracht is het vermogen om dingen te doen die bedreigend voelen (of die je het liefst wil uitstellen). Bijvoorbeeld gaan sporten, terwijl je het liefst op de bank wilt ploffen. Er is in dit geval juist te weinig activatie en dus moet hier juist het sympathische systeem worden geactiveerd. Dit kun je doen door *langer in te ademen* of zelfs je adem 30 sec. in te houden (extra zuurstof betekent immers méér energie)

OEFENING: Een voorbeeld van DOENKRACHT is je tandenpoetsen met je niet dominantenhand. Ik daag je uit om dit een week te doen en de oncomfortabele ervan te omarmen. ADEM die IN voordat je begint om jezelf te activeren (want het is natuurlijk heel verleidelijk om op de normale manier je tandenpoetsen ’s avonds als je moe bent en zo snel mogelijk je bed in wilt kruipen) en het ook écht te doen.


Trainen van impulscontrole samengevat:

  • Om maximaal gebruik te maken van impulscontrole is het allereerst belangrijk om te weten wat je onderliggende motivatie is
  • Impulscontrole bestaat uit een doen- en een laatkrachtdeel
  • Doenkracht is de kracht inzetten om zaken uit te voeren die je wilt uitstellen
  • Laatkracht is de kracht inzetten om verleidingen te weerstaan
  • Door bewust gebruik te maken van het (para)sympathisch zenuwstelsel is het makkelijker om impulscontrole toepassen.
  • Impulscontrole kan getraind worden door ermee te oefenen in verschillende situatie en met kleine stapjes
  • Probeer restrictieve (strenge) doelen te veranderen in haalbaarheidsdoelen, want alleen dan is impulscontrole ook echt mogelijk.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Mariska
een jaar geleden

Deze moet ik echt vaker lezen, veel tekst maar wel leerzaam