Home » Blog » Voeding & Leefstijl » Ben ik te dik (of te dun) door mijn stofwisseling?

Ben ik te dik (of te dun) door mijn stofwisseling?

Gepubliceerd op 31 januari 2019 11:56

We kennen allemaal wel iemand die alles kan eten zonder ook maar een grammetje aan te komen. Heel frustrerend want jij hoeft alleen maar naar eten te kijken en er zit alweer 1 kilo aan je billen geplakt. Wellicht ben je tot de conclusie gekomen dat je een traag metabolisme hebt en juist te weinig eet. Maar klopt dit wel? Kun je daadwerkelijk dik worden door te weinig eten? Bestaat er zoiets als een ‘snel’ of ‘traag’ metabolisme? Ik zocht het voor je uit!

Metabolisme, wat is het?

Metabolisme ofwel stofwisseling (letterlijk: verandering) =  het geheel van processen en chemische reacties die plaatsvinden in jouw lichaam. Bijvoorbeeld het omzetten van voedingsstoffen in energie.

 

Op het moment dat we het over metabolisme hebben, dan hebben we het eigenlijk over de energiebalans: De balans tussen de hoeveelheid energie (kcal) die je via voeding binnenkrijgt en de hoeveel energie (kcal) die je gedurende de dag verbruikt. In dit artikel kun je lezen dat afvallen alles te maken heeft met energiebalans.

 

Er zijn dus twee factoren waarmee je rekening moet houden:

  1. Energie die je binnenkrijgt door middel van eten en drinken.
  2. Energie die je verbruikt.

Energieverbruik

Laten we beginnen met het kijken naar de factoren die invloed hebben op jouw energieverbruik:

  1. BMR (Basal Metabolic Rate)
  2. TEF (Thermic Effect of Food)
  3. TEA (Thermic Effect of Activity)
  4. NEAT (Non-Exercise Activity Thermogenesis)

 

1. BMR (Basal Metabolic Rate): Veel mensen denken dat het lichaam alleen energie nodig heeft om te bewegen. Maar het lichaam is een continu draaiende machine. Als je lichaam in rust verkeert, hebben al je organen voortdurend energie nodig om te functioneren. Het basaal metabolisme is de hoeveel energie die jouw lichaam gebruikt in rust om je vitale functies te onderhouden, zoals ademhaling en hartslag.

Je BMR is afhankelijk van een aantal factoren zoals sekse, leeftijd en lichaamsgewicht en is daarmee redelijk voorspelbaar. Daarnaast is de hoogte van je BMR afhankelijk van je lichaamssamenstelling: verhouding tussen vet- en spiermassa. Spiermassa is een belangrijke factor die het verschil in BMR kan verklaren tussen twee personen.

Wanneer je 2 mensen vergelijkt – een met een ‘snel’ metabolisme en een met een ‘traag’ metabolisme – die identiek zijn (sekse, lengte, gewicht), dan kan het verschil verklaart worden aan de hand van de hoeveelheid spiermassa dat ze hebben. Spiermassa verbrandt namelijk meer dan vet- en andere weefsels.

DUS: Hoe meer spiermassa, hoe hoger je BMR en hoe meer kcal je verbrandt in rust.

2. TEF (Thermic Effect of Food): Wanneer je iets hebt gegeten, verbruikt je lichaam energie om hetgeen wat je hebt gegeten af te breken, te verteren en op te slaan. De hoeveelheid energie die je lichaam nodig heeft, is variabel. Dit komt doordat elk macronutriënt (voedingsstof) een eigen thermisch effect heeft:

  • Eiwitten hebben een thermisch effect van 20-35%. Als je eiwitten hebt genuttigd met een thermisch effect van 25%, wil dat zeggen dat van de 100 kcal van die eiwitten, 25 kcal wordt gebruikt voor verwerking.
  • Koolhydraten hebben een thermisch effect van 5 -15%, maar vezelrijke producten kunnen dit verhogen tot 20%
  • Vetten hebben een thermisch effect van 2-3%, maar sommige vetten hebben een hogere TEF.


Hoe meer je eet, hoe hoger je TEF wordt. Je hebt dan immer meer energie nodig om dit allemaal te verwerken. Bovendien heeft je lichaam meer energie nodig om eiwitten te verwerken dan bijvoorbeeld koolhydraten en vetten.

 

3. TEA (Thermic Effect of Activity): Dit is de energie die je verbruikt tijden het sporten. Er zijn verschillende manieren om EAT te berekenen, maar om het simpel te houden kun je het aannemen dat je tussen de 300 en 500 kcal verbrandt met een gemiddelde training.

 

4. NEAT (Non-Exercise Activity Thermogenesis): NEAT is de energie die je verbruikt door te bewegen. Dit kan van alles zijn: wandelen, tikken met je vingers, wiebelen op je stoel, zwaaien naar je buurman, enz. Dit is de meest interessante en variabele factor binnen je energiebalans en kan het verschil in stofwisseling tussen mensen voor een groot deel verklaren.


NEAT is naast je BMR verantwoordelijk voor het grootste gedeelte van je energieverbruik. Je kan nog zoveel sporten (EAT), maar op het moment dat je de rest van de dag op je reet zit en niet beweegt, levert het vrij weinig op.

NEAT is de factor die bepaald of jij een ‘trage’ of ‘snelle’ stofwisseling hebt. Als jij gedurende dag veel wiebelt, kriebelt, friemelt zal je energieverbruik omhoog gaan en verbrand je dus meer kcal dan iemand die rustig op zijn stoel zit. Het lastige is dat vrijwel alles wat hieronder valt onbewust gebeurt.

 

Bestaat er zoiets als een ‘trage’ stofwisseling?

Als je twee identieke vrouwen zou vergelijken: beide 29 jaar, beide wegen ze 60 kg, ze zijn allebei 167 cm groot, doen alle twee 4x per week bootcamp en hebben een vergelijkbare lichaamssamenstelling. Echter, de ene vrouw komt met het eten van 2000 kcal per dag aan, de ander valt juist af bij het eten van 2000 kcal per dag.

 

Je zou kunnen zeggen de ene vrouw een ‘tragere’ stofwisseling heeft dan de ander. Dat is de meest simpele verklaring. Maar de correcte verklaring is dat de ene vrouw een lagere NEAT heeft dan de ander. Ze beweegt gedurende de dag minder.

 

Of je een ‘trage’ of ‘langzame’ stofwisseling hebt heeft dus alles te maken met jouw energieverbruik. Wil jij je stofwisseling versnellen? Dan zul je dus je energieverbruik moeten verhogen.

 

Tenslotte het antwoord op de titel van deze blog: Ben ik te dik (of te dun) door mijn stofwisseling?

Nee, dat ben je niet (tenzij er een medische oorzaak is). Zoals je inmiddels nu hopelijk weet, kun je alleen afvallen als je minder eet dan je verbruikt of aankomen als je meer eet dan je verbruikt. Op het moment dat je afvalt, heeft je lichaam minder energie nodig. Je BMR daalt, want je gewicht daalt. Je komt dan op een gegeven moment op een punt waarbij je net zoveel kcal binnenkrijgt dan je verbruikt. Als je verder wilt afvallen, zul je dus minder moeten eten zodat je weer afvalt. Dus uiteindelijk is er maar één verklaring waarom je te dik (of te dun) bent: je eet meer (of minder) dan je verbruikt!

 

LET OP: Als je het idee hebt dat er een medische verklaring kan zijn (bv. trage schildklier) , laat dit dan altijd nakijken middels een bloedtest.

 

Wil jij weten wat jouw energiebehoefte is en heb je interesse in een persoonlijk voedingsplan? 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.